1

Het was een gure dag in maart. De wind raasde door de stra-
ten en nam alles mee op zijn oorlogspad: paraplu’s, hoeden
en de kranten die forenzen tevergeefs onder hun armen pro-
beerden te klemmen. Olivia Wildebeest, 24, vroeg zich af
wanneer het eindelijk lente zou worden. Ze rende op haar
pumps over de kinderkopjes van de straten richting het art-
decogebouw, waar sinds 1890 de redactie van de Borduur-
bodezetelde. Het was vijf voor negen en om negen uur stipt
zou haar baas Griselda, de hoofdredactrice van de Borduur-
bode, op de deur van haar kamer kloppen om te vragen waar
de kopij voor het doe-het-zelfpatroon bleef. En dan zou de
kamer leeg zijn, want Liv was nog minstens tien minuten
rennen van het gebouw verwijderd. Hallo, wie-dan-ook-die-
daarboven-zit, laat haar alstublieft vaststaan in het verkeer,
of per ongeluk kauwgom in haar kapsel hebben gesmeerd,
dacht Liv terwijl ze over de keien galoppeerde, met in haar
ene hand een klotsende cappuccino en in de andere haar
iPhone.

Als jongste journaliste en meest onervaren medewerker van de
redactie was Liv verantwoordelijk voor de begeleidende tek-
sten bij het wekelijkse patroon dat de lezers van het blad kon-
den namaken. Liv stelde het schrijven ervan altijd uit tot het
laatste moment, wat resulteerde in haast en paniek en andere
ongemakkelijke gevoelens. De avond daarvoor was Liv blij-
ven slapen bij Pierre-Joseph, een rijzende ster binnen de uit-
gaansscene van de stad. Ze voelde zich verkreukeld in haar
outfit van gisteren. Haar make-up was uitgelopen. Brigitte
Bardot, maar dan de gekke dierenactiviste, in plaats van de
glamourpoes van weleer in een geruit shortje. Tijd om langs
haar appartement te gaan om zich te verkleden had ze niet,
laat staan om fatsoenlijk te ontbijten. Haar enige prioriteit
was geweest om een grote cappuccino te halen die haar de dag
door zou helpen.
Terwijl Liv voor een stoplicht van het ene op het andere been
wipte, probeerde ze orde op zaken te stellen.
Waarom doe ik dit mezelf aan?De volgende keer begin ik
echt op tijd. Sta ik om zeven uur op, doe ik een yogaoefening
en vijf minuten meditatie. Heel zen. Dat dacht Liv nou altijd.
‘Volgende keer doe ik het helemaal anders.’ Vanaf morgen
drink ik groene thee in plaats van cola light. Ontbijt ik ge-
zond, in plaats van met Balisto’s of een cafeïnebom. Drink ik
niet dat vierde wijntje als ik de volgende dag moet werken. Ga
ik op tijd naar bed. Trek ik gestreken kleren aan. Maar zelden
bleven de intenties plakken, en meestal denderde Liv de week
door in hetzelfde hijgerige tempo. Met afspraken, borrels, ge-
miste yogaklassen en Balisto-verpakkingen als stille getuigen
van de snelle suikerboosts die Liv achter haar bureau tot zich
nam. Liv knetterde door de week als een mat Chinese rotjes.
Haar agenda was altijd volgeboekt, een open regel in haar
weekoverzicht het teken dat er iets moest worden ingepland.
Een textielverfconventie in Berlijn? Daarna blotevoeten-techno
dansen? Waarom niet! Bij elk knagend gevoel van onrust kon
ze via haar iPhone lijntjes uitgooien. Waar is het volgende
feest, de nieuwste sample sale? Waar zijn mijn vriendinnen?
Wat zijn ze aan het doen?
Mis ik iets? Dat was de constante vraag in Livs leven.

2

Mis ik iets? Rikka Blok stond om vijf voor acht voor de bi-
bliotheek van het Opleidingsinstituut voor Landhuishoud-
kunde, afgekort LUIS. Daar leerde je land inrichten op een
overzichtelijke manier. Elke stek op de juiste plek. Zo. Ze trok
de banden van haar rugzak nog even aan, en keek op haar
horloge.
Is er nog iemand anders van mijn studiegroepje of ben ik de
enige die ervoor zorgt dat onze opdracht af is? Rikka Blok
was in de bibliotheek om de bijdragen voor de opdracht van
die week te verzamelen. Ze voelde zich tegelijkertijd geërgerd
en opgelucht dat ze op tijd was om een bureauplek te verove-
ren op de vijfde verdieping. Blijkbaar had de rest van haar stu-
diegroepje iets beters te doen dan op tijd komen. Rikka dacht
aan haar huisgenoten die gisteravond dronken thuis waren ge-
komen. Ze probeerden wel zachtjes te doen, maar in hun aan-
geschoten staat hadden ze haar wakker gemaakt. Rikka wist
niet of ze boos was vanwege het lawaai of omdat ze haar niet
hadden uitgenodigd voor de afterparty.

Stekken in de winterwerd, als het aan Rikka lag, een klassie-
ker onder de derdejaarsstudenten Tuin- en Landschapsinrich-
ting. En ja, ze moest de opdracht met nog drie studiegenoten
maken, maar als ze op hen moest wachten… Dan zou het na-
tuurlijk nooit afkomen. Hoewel de opdracht pas over een
week hoefde te worden ingeleverd en Stekken niet tot haar af-
studeerrichting behoorde, had ze al het werk op zich geno-
men. Dan was het maar vast af. Ze typte de titelpagina, haalde
de tikfouten uit de aangeleverde stukken en keek op de klok.
Het was kwart over negen. Niemand uit het groepje was naar
de bieb gekomen. Goed, het was vrijdagochtend, en een vrije
dag, en gisteravond was inderdaad het Boerenbontfeest ge-
weest waarmee de studenten traditiegetrouw het einde van de
eerste tentamenweek vierden. Maar Rikka was toch ook ge-
woon vroeg opgestaan? Na een poezenwas met een washand,
wat zeep en een kam, stond ze in tien minuten buiten. Kijk,
daar was dat korte kapsel nou handig voor. Praktisch en vlot.
Zo noemde de kapper het. Waar was de teamgeest van de
rest? Ze schroefde de dop van haar melkbeker open. Was die
alweer leeg? Nou ja, dan maar een krentenbolletje. Maar die
zak was ook al leeg. Gek, wanneer had ze dan die vier kren-
tenbollen opgegeten? Er ging een dikke streep door ‘lunch’.
Goed, wat stond er nog meer in haar takenschrift?

3

Twee voor negen. Ik ga het makkelijk redden. Liv rende met
twee treden tegelijk de trappen van het gebouw op. De deuren
werden opengedaan door Louis, de oude portier, die haar zoals
elke ochtend vrolijk begroette.
‘Goeiesmorges prinses Liv!’ De grijze man met het stadse
accent keek geamuseerd naar haar acrobatische act op hoge
hakken, met de gigantische cappuccino in haar hand.
‘Respect, voor die schoenen. Ik zou mijn enkels breken.’
‘Thanks Louis, is ze er al?’ vroeg Liv hijgend.
‘Je hebt geluk, kiddo,’ zei Louis met een knipoog. ‘Ze zit in
een vergadering die al om zeven uur begon. Over naaigaren.’
Opgelucht haalde Liv adem. Ze sjokte naar boven, waar ze
achter haar kleine bureau ging zitten en de computer aanzette.
Het duurde even voordat hij opstartte. Ze bekeek de Vogue-
knipsels waarmee ze de fantasieloze wand waar ze op uitkeek
had opgeleukt. Tijd voor het eerste ritueel van de dag. Het eer-
ste, tweede, vijfde en zesentwintigste ritueel van de dag, om
eerlijk te zijn: even kijken wat Pierre-Joseph aan het doen is.
Pierre-Joseph, hij noemde zichzelf ‘PJ’, was een videoregisseur.

Hij specialiseerde zich in korte films die op toonaange-
vende dancefeesten in de stad werden geprojecteerd. Liv was
hem een paar weken eerder tegengekomen in een van de hip-
ste clubs van het moment. Ze hadden gezoend en waren nu in
een scharrelfase. Hij zag het nog niet, maar ze waren een match
made in heaven. Journalisten staan net als regisseurs voor aan
bij de actie. En het zijn allebei smaakmakers. Samen konden ze
elkaar beïnvloeden, stralen. Af en toe zagen ze elkaar (wanneer
PJ tijd had) en dan hadden ze een fantastische avond (als PJ
niet moe was van het feesten). Zoals gisteren. Ze waren spon-
taan naar een nieuwe danceavond gegaan. Nou ja, ze was hem
komen opzoeken. En samen hadden ze zijn nieuwste werk be-
wonderd. Liv had niet helemaal begrepen wat hij nou bedoelde
met het filmpje, dat in feite een uur lang testbeeld was. Maar
nadat hij het had uitgelegd (het was een protest tegen de over-
prikkelde maatschappij), had ze instemmend geknikt. Tegen
twaalven haalde hij een envelopje met een schimmig poeder uit
zijn hippe legerjack dat hij voor haar neus hield. Even had ze
getwijfeld, wilde ze haar leven niet wat opschonen? Maar Liv
was snel overgehaald. Je leefde maar één keer. En zo hield je
het tenminste vol, uitgaan en werken. En als vriendin van een
nachtkunstenaar moest je wel tot het eind op het vetste feest
zijn. Hoe moest je anders een relatie met PJ opbouwen?
Deze relatie stond nog in de kinderschoenen. Dat wist Liv
wel. En ja, zij was altijd degene die het contact initieerde.
Maar hij was een creatief persoon. Daar moest je ook geen
Pünktlichkeit van verwachten. Bovendien, het was lastig om
hard to gette spelen als je geen reacties terugkreeg om te ne-
geren. Zodra hun relatie verder was gegroeid, zou ze hem wel
opvoeden. In de tussentijd hield ze zijn updates op Facebook
in de gaten om te zien of ze al een concurrente had.

Hij is zo onvolwassen! dacht Liv toen ze een paar humoris-
tisch bedoelde foto’s aanklikte van PJ die aan het dollen was
met zijn vrienden op ongetwijfeld weer een buitengewoon hip
feest.
De jongens op de foto leken allemaal op elkaar. Maar ter-
wijl zijn vrienden zich niet bewust van de camera waren en
gekke bekken trokken, stond PJ een beetje pruilend en met
een zichtbaar speciale fotoblik op de foto. Dat zag Liv niet.
Jemig, hij ziet er zo goed uit, dacht ze. Nonchalant en een
beetje arrogant, precies mijn type.
Zijn films zijn nu al legendarisch. En hij is pas een halfjaar
aan het regisseren. Over een jaar vliegt hij de hele wereld over
en is-ie weg. Ik moet hem nu aan de haak slaan. Liv bedacht
net hoe ze de flierefluitende PJ zou kunnen vangen door mid-
del van een zeer doordacht berichtje dat ze hem zou sturen,
toen ze op de gang de hakjes van haar baas Griselda hoorde.
Klikklak, klikklak. De schrik van de borduurwereld.
Aan de slag, het stuk moet af! en ze klikte de foto’s van PJ
weg.

4

Rikka las de titel van de Facebook-pagina die was gewijd aan
de hipste artiesten van de stad, regisseurs, performance artists
en dj’s. Ze mocht even een pauze nemen van zichzelf. Een
korte. Wat een sukkels, dacht ze. Wat is daar nou aan? Een
iPod inpluggen en dan een paar keer op ‘play’ en ‘fast for-
ward’ drukken. Belachelijk dat ze daar zo beroemd en rijk
mee konden worden. Dat verdienden ze helemaal niet. Het
leek de koninklijke familie wel! Die streken ook maar belas-
tinggeld op met handjes schudden en lintjes knippen. Rikka
voelde zich meteen heel goed over zichzelf. Zij was tenminste
een harde werker, een boerin in opleiding. Handen uit de
mouwen en hatsiekadee. Zij verwachtte geen applaus om niks.
Rikka logde uit op haar Facebook-account, onder de naam
Rik A. Niet haar eigen naam. Ze vond het wel leuk om de bui-
tenwereld in de gaten te houden, maar dan het liefst van een
afstandje. Zo kon ze zelf in ieder geval niet worden beoor-
deeld. Of liever gezegd: veroordeeld. In deze tijd had iedereen
een mening over je. En die konden ze anoniem en met de klik
van één muisknop voor eeuwig op het internet plaatsen. Daarom
had Rikka besloten geen traceerbare online identiteit aan te nemen.
Terwijl ze de Facebook-pagina wegklikte, verscheen in het lin-
kerhoekje een oproep:

DERDEJAARS AGRARISCHE STUDENTENOPGELET. PRESTIGIEUZE
BIOLOGISCHEBOERDERIJ NABIJ ALPANIAIS OPZOEKNAAREEN
HARDWERKENDESTAGIAIREVOORVOORGENOMENEFFICIENCY-
VERBETERING.
HEBJEOVERZICHT? KUNJEGOEDPLANNENENBENJESTRESSBE-
STENDIG? STUUREENMAILNAAR: M.MONTYCOAT@ALPANIA.AP

De tekst van de advertentie zoemde in haar hoofd. Het ge-
beurde niet vaak dat ze zich in een profiel herkende. Maar
haar hart klopte sneller, het was alsof degene die deze adver-
tentie had opgesteld haar dagenlang had lopen observeren.
Dit was helemaal Rikka! En Alpania, dat klonk als een
droomomgeving. De Alpen: een topcombinatie van natuur,
frisse lucht en een goed georganiseerde overheid. Je zou nooit
beroofd worden in een alpenwei. Maar goed, riep ze zichzelf
tot de orde, ze kende ook de verhalen uit het programma Ik
vertrek. Het gras is ergens anders altijd groener. Ze klikte het
venster weg.

***